Koninklijke Kunst

Gepubliceerd op 26 april 2026 om 18:00

Op de vooravond van Koningsdag 2026 een achtergrondartikel over de Koninklijke Kunst van prins Frederik.*

Hij is zonder twijfel de meest invloedrijke figuur in de geschiedenis van de Nederlandse vrijmetselarij. Ruim 65 jaar de Grootmeester van de Grootloge der Nederlanden, van 1816 tot aan zijn dood in 1881, speelt hij een cruciale rol in de hervorming van de vrijmetselaarsloges in Nederland. Onder zijn leiding maken deze een ingrijpende transformatie door en groeien uit tot een goed georganiseerde en invloedrijke maatschappelijke instelling.

Willem Frederik Karel, zeg maar Frits, prins der Nederlanden, prins van Oranje-Nassau, geboren op 28 februari 1797 in Berlijn en overleden op 8 september 1881 in Huize De Paauw in Wassenaar, is de 2e zoon uit het huwelijk van koning Willem I der Nederlanden en Wilhelmina van Pruisen en daarmee de jongere broer van de latere koning Willem II.

Jeugd
Prins Frederik is dus in Berlijn geboren. Zijn ouders zijn namelijk door de patriotten uit Nederland verdreven. Hij groeit op aan het hof van zijn grootvader Frederik Willem II van Pruisen en krijgt daar militair onderricht van de Pruisische generaal Carl von Clausewitz. In dienst van het Pruisische leger neemt hij deel aan de Volkerenslag bij Leipzig (1813).
In december 1813 zet hij bij het Gelderse dorp Aalten voet op Nederlandse bodem. Hij spreekt geen Nederlands. De prins heeft het ook moeilijk in Nederland. Hij heeft zich altijd thuis gevoeld aan het Pruisische hof en plotseling bevindt hij zich in een land waarvan hij de gebruiken niet kent en de taal moet leren. Om zijn wat eenzijdige opleiding bij te spijkeren wordt hij als student naar de Rijksuniversiteit Leiden gestuurd.
Prins Frederik heeft krachtens het Huisverdrag van 4 april 1815 recht op de Duitse bezittingen van het huis Oranje-Nassau op het moment dat zijn oudere broer Willem (II) koning wordt. Omdat deze echter niet meer in bezit van de familie zijn, kan hij Groothertog van Luxemburg worden. Van dit recht doet hij in 1816 afstand in ruil voor domeinen en de titel 'prins der Nederlanden'.

Militaire carrière
Zoals gezegd, neemt prins Frederik in 1813 als 16-jarige deel aan de Volkerenslag bij Leipzig. 2 jaar later commandeert hij tijdens de Waterloocampagne de reservedivisie, gelegerd bij Halle. Door zijn vader, koning Willem I, wordt hij daarna benoemd tot 'Grand-Maître de l'Artillerie'. In die functie bezoekt hij jaarlijks de vestingen in het Nederland en België.
In 1826 benoemt koning Willem I hem tot commissaris-generaal (minister) van Oorlog. Prins Frederik moderniseert in deze functie het leger naar Pruisisch model. Hij richt de Koninklijke Militaire Academie in Breda op en rust het leger uit met moderne wapens, zoals de houwitser. Hij vervult diverse functies in het leger en wordt in 1829 tevens admiraal. Op 25 december 1829 bevordert koning Willem I hem tot opperdirecteur van zowel Oorlog als Marine, een soort opperminister. In die functie wordt hij bijgestaan door de 2 commissarissen-generaal, een op Oorlog, te weten Dominique Jacques de Eerens, en een op Marine, zijnde Constantijn Johan Wolterbeek. Deze functie bekleedt prins Frederik tot 9 juli 1839. Tijdens de regeerperiode van zijn broer Koning Willem II heeft hij geen functie in het landsbestuur.
Prins Frederik is verder van 1816 tot 1881 nog regimentschef van het naar hem genoemde Pruisische 15. 'Infanterieregiment Prinz Friedrich der Niederlande'.
In 1830 leidt prins Frederik, nadat zijn broer, de latere koning Willem II, er niet in geslaagd is door onderhandelingen tot een vergelijk te komen, de troepen die in Brussel trachten de Belgische Opstand te bedwingen. Op 18 augustus 1831 krijgt prins Frederik mede hiervoor het Grootkruis in de Militaire Willems-Orde.
In 1849 wordt er opnieuw een beroep op hem gedaan, dit keer door zijn neef, koning Willem III. Deze benoemt hem op 8 april 1849 tot inspecteur-generaal der Krijgsmacht. Hij blijft dat bijna 20 jaar. In 1868 dient hij zijn ontslag in, omdat hij geen steun krijgt van de minister van Oorlog en verbeteringen in het leger achterblijven.
In 1829, 1830 en in 1831 wordt prins Frederik overigens maar liefst 3 keer de Griekse troon aangeboden, maar hij bedankt resoluut voor de eer. Achterliggende reden is dat de Verenigde Nederlanden dan een crisis doormaken zodat hij het grondgebied niet kan verlaten. Maar meer nog dan dat wil hij geen koning worden van een land waarvan de taal en de cultuur hem vreemd zijn, een land waarin hij overigens geen enkele toekomst ziet.
De troon van Griekenland wordt uiteindelijk niet veel later wel aanvaard door de 17-jarige prins Otto van Beieren.

Grootmeester
Amper 19 jaar oud, wordt prins Frederik der Nederlanden in 1816 tot Grootmeester gekozen. Of liever, hij wordt door zijn vader in deze functie gemanoeuvreerd, in de hoop dat één Grootmeester voor de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden kan voorkomen dat de Zuidelijke Nederlanden zich afscheiden. Dat is dus slechts 3 jaar na zijn deelname aan de Volkerenslag bij Leipzig (1813) en 1 jaar na de roemruchte Waterloocampagne. Aangenomen wordt dat hij in die periode kennismaakt met de vrijmetselarij, met name door zijn contacten in Berlijn en Brussel. De Nederlandse vrijmetselarij verkeert dan in een staat van verval. De Orde is verdeeld, ondoorzichtig georganiseerd en heeft een nogal twijfelachtige reputatie in de ogen van het grote publiek. Het plan van de koning mislukt, want België scheidt zich in 1830 toch af.
Voor de vrijmetselarij zelf pakt Frederiks benoeming gunstiger uit. Na zijn aantreden als Grootmeester, speelt prins Frederik 65 jaar lang een wezenlijke sleutelrol in het weer op de rails zetten van de vrijmetselarij en het uitbouwen ervan tot een hecht, gecentraliseerd en gerespecteerd genootschap. De functie van Grootmeester bekleedt hij 65 jaar lang, tot aan zijn dood.
Een belangrijke eerste stap die prins Frederik onderneemt, is het bewerkstelligen van meer eenheid en uniformiteit binnen de vrijmetselarij. Tot zijn aantreden als Grootmeester bestaat er in Nederland een bonte lappendeken aan verschillende loges, jurisdicties en ritualen, wat tot veel verwarring en onenigheid leidt. Prins Frederik maakt hieraan een einde en verenigt de gehele Nederlandse vrijmetselarij onder zijn leiding.

Grondwet
In 1819 laat prins Frederik een nieuwe Grondwet opstellen, waarin de positie en bevoegdheden van de Orde worden vastgelegd. Vanaf dat moment moeten alle individuele vrijmetselaarsloges zich schikken naar de richtlijnen en besluiten van de Orde, die onder het gezag van prins Frederik staat. Ook het vrijmetselaarsrituaal en de bijhorende ceremoniële gebruiken worden gestandaardiseerd, om zo een einde te maken aan de vele en grote onderlinge verschillen. Ingrijpend is bijvoorbeeld de oprichting van de Afdeling van de Meestergraad. De Bouwhutten komen naast de loges als een Nederlands alternatief voor de ‘Franse’ hoge graden, waarin de prins geen heil ziet.
Deze centralisatie en uniformering zijn noodzakelijke stappen om de vrijmetselarij in Nederland te stabiliseren en haar aanzien te vergroten. Door te komen tot één coherent en goed gestructureerd genootschap, is prins Frederik in staat om de orde ook daadwerkelijk beter te organiseren, efficiënter te besturen en haar een duidelijker profiel te geven, zowel binnen als buiten de eigen gelederen.

Belangrijk symbool
Prins Frederik richt zich ook op het vergroten van de maatschappelijke invloed en het aanzien van de vrijmetselarij. Hij wil de Orde zonder meer een prominentere plaats laten innemen in het openbare leven. Om dit te bereiken zet hij in op het versterken van de banden tussen de vrijmetselarij en de gevestigde sociaal-politieke elite, in het bijzonder de koninklijke familie. Een belangrijk symbool hiervan is de aankoop, in 1847, van een nieuw hoofdkwartier voor de Grootloge in Den Haag. Dit vrijmetselaarsgebouw aan de Fluwelen Burgwal dat tot voor enkele decennia nog als het nationale hoofdkwartier van de vrijmetselarij in Nederland gefungeerd heeft, geeft de vrijmetselarij een imposante en zelfverzekerde uitstraling. Het dient tevens als directe verbinding tussen de koninklijke familie en de Orde, aangezien het gebouw op een steenworp afstand van het Paleis Noordeinde en zijn eigen paleis aan het Korte Voorhout ligt. De prins stelt wel als voorwaarde voor zijn gebaar dat de 3 Haagse loges fuseren; zij gaan verder als 'L’Union Royale'. Ook het Hoofdbestuur verhuist met haar omvangrijke archief naar het nieuwe pand. Op 5 november 1847 wordt de nieuwe behuizing feestelijk onder Ieiding van loge 'L’Union Royale' in gebruik genomen: 267 broeders nemen deel aan het banket.
Op 19 mei 1856 bij de viering van het 100-jarig bestaan van de Orde, tevens zijn 40-jarig Grootmeesterschap, schenkt prins Frederik 'het gebouw met aanhorigheden' aan de Orde, onder de voorwaarde van 'het kosteloos gebruik van de lokaal hunner werkzaamheden en de berging hunner archieven van L’Union Royale en de besturen van de Hoge Graden en de Afdelingen van de Meestergraad'. De Orde aanvaardt het vorstelijk geschenk en neemt de exploitatie over van 'L’Union Royale', alsook alle niet-rituele inboedel.

Kloss-bibliotheek
Prins Frederik speelt verder ook nog een uiterst belangrijke rol bij de aankoop en huisvesting van een bijzonder waardevolle collectie. Het betreft de Kloss-bibliotheek, een uitgebreide en indrukwekkende collectie van boeken, documenten en andere materialen over vrijmetselarij en gerelateerde onderwerpen, samengesteld door de Duitse vrijmetselaar Georg Kloss in de 19e eeuw. Deze collectie is dan al beroemd.
Na de dood van Kloss heeft Grootarchivaris en -bibliothecaris J.J.F. Noordziek vermoedelijk de prins ingefluisterd hoe belangrijk het is om de Kloss-schat te behouden. Prins Frederik koopt de bibliotheek, maakt ze toegankelijk en schenkt deze bij zijn 50-jarig jubileum aan de Orde, zodat dit erfgoed voor vrijmetselaren en geïnteresseerden inderdaad behouden is.

Wapenfeiten op een rij
Wat zijn nu dé wapenfeiten van prins Frederik als het om de vrijmetselarij in Nederland gaat? Duidelijk mag zijn dat hij een belangrijke sleutelrol speelt in de geschiedenis van de vrijmetselarij in Nederland, want:
- Prins Frederik is vanaf 1816 Grootmeester van de Grootloge der Nederlanden, tot aan zijn dood in 1881.
- Onder zijn leiding wordt de organisatie van de Nederlandse vrijmetselarij aanzienlijk hervormd en verstevigd. Hij zorgt voor centralisatie en uniformiteit binnen de Orde.
- Als Grootmeester heeft prins Frederik een grote invloed op het beleid en de activiteiten van de Nederlandse vrijmetselarij gedurende zijn lange ambtsperiode. Hij bepaalt de koers en richting van de Orde.
- Prins Frederik koopt het vrijmetselaarsgebouw aan de Fluwelen Burgwal in Den Haag aan, ingewijd in 1847. Lange tijd is dit het hoofdkwartier van de Grootloge der Nederlanden.
- De historische bibliotheek van de Orde is thans één van de grootste en belangwekkendste bibliotheken ter wereld op het gebied van vrijmetselarij, dankzij prins Frederik. Het is - mede dankzij de Kloss-collectie - een unieke, in de wereld ongeëvenaarde onderzoeksbibliotheek, toegankelijk niet alleen voor diepgaande studie, maar ook voor een eerste indruk.
- De hechte band tussen de Nederlandse koninklijke familie en de vrijmetselarij wordt verstevigd door het leiderschap van prins Frederik, belangrijk voor de maatschappelijke positie en het aanzien van de Orde en loges in Nederland. Na 4 generaties vrouwelijke vorstinnen bestaat die band niet meer.

* Dit artikel is in 2025 in de zogenoemde profanen-uitgave van VM gepubliceerd. De historische feiten van het artikel zijn gecontroleerd door Drs. Andrea Kroon, verbonden aan onder andere het Vrijmetselarij Museum van de Orde van Vrijmetselaren in Nederland.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.