Logebesturen sturen logebesturen brieven... Voorzittend-meesters overleggen met voorzittend-meesters... En broeders compareren met broeders... Zelfs in het buitenland is het 'an issue of concern'...
Brieven, gesprekken, comparities, buitenlandse aandacht… In alle gevallen gaat het om het Hoofdbestuur van de Orde van Vrijmetselaren in Nederland. Met name om de vraag of het hoofdbestuur niet beter onmiddellijk had moeten opstappen dan nu de kans krijgen zich te verantwoorden tot aan het komende Grootoosten.
Een onmiddellijk opstappen van het Hoofdbestuur van de Orde van Vrijmetselaren zou (!) een krachtig signaal zijn geweest dat verantwoordelijkheid toont, vertrouwen herstelt en ook in lijn ligt met de consequenties van collegialiteit in bestuur, niet alleen in goede tijden maar óók in slechte tijden. Zou, want nú is het onmiddellijke van tóen niet meer. De kwestie sleept al vanaf de 2e helft van februari dit jaar en zelfs de molens van de Orde draaien niet zo langzaam…
Het Hoofdbestuur van de Orde van Vrijmetselaren zit er dus nog. Vooralsnog tot het Grootoosten 2026. Het heeft inmiddels bewust ook enkele verbindende stappen gezet die vertrouwen wekken, maar is daarbij telkens weer door haar eigen schaduw ingehaald. Zoals door alle gedoe rond het ambtsketen van de Grootmeester en een statement daarover dat bijna onvindbaar alleen op de Ordewebsite wordt geplaatst en niet zoals eerdere communiqués naar de logesecretarissen is gestuurd om onder de broeders te verspreiden.
De status quo? Als die al bestaat... De onrust bij veel broeders van de Orde van Vrijmetselaren en de onvrede onder loges van diezelfde Orde suddert nog altijd flink. Net onder het kookpunt. En daarom schrijven logebesturen elkaar. Spreken voorzittend-meesters elkaar. Compareren broeders erover. En gaat de Orde over de buitenlandse tong.
Eerlijk is eerlijk, het aanblijven van het huidig Hoofdbestuur van de Orde van Vrijmetselaren tot het Grootoosten 2026 biedt natuurlijk bestuurlijke continuïteit. Belangrijkste aandachtspunt is wel dat specifieke dossiers - Bestuurlijke vernieuwing, Vrijmetselarij Museum en cultureel erfgoed, VM, IMV, ledenaantal/-aanwas etc. - geen vertragingen oplopen.
Tevens biedt aanblijven het Hoofdbestuur van de Orde van Vrijmetselaren de kans om uitleg te geven over besluiten die alsnog vragen opwerpen, beleid daar bij te sturen waar het door autocratisch handelen uit de bocht is gevlogen of nog vliegt én verantwoordelijkheid te nemen voor het kwetsen van 'andersdenkende' broeders. Maar dat laatste… Dat is nog maar mondjesmaat, wordt té makkelijk weggewuifd en afgedaan als een 'onschuldig incident' of komt uiteindelijk gewoonweg te laat. Daarbij druipt de boter van het hoofd... En dat voedt weer de brieven, de gesprekken, de comparities, de 'foreign intrest'...
Wat is nu het beste? Simpel: de al dan niet bestaande status quo doorbreken! Hoe? Op basis van de verstrekte informatie door het Hoofdbestuur van de Orde van Vrijmetselaren én die van partijen zoals de Beweging Verontruste Broeders (BVB), kunnen loges en broeders zich op het Grootoosten 2026 uitspreken over de ernst van de situatie en het vertrouwen binnen de Orde. Individueel en/of gezamenlijk. Mondeling en/of in schrift, bijvoorbeeld als motie. Is en blijft het vertrouwen dan nog fundamenteel weg, dan kan het Grootoosten 2026 het Hoofdbestuur op dat moment die dag alsnog naar huis sturen. Maar alléén als dat de enige en nog meest verbindende stap blijkt te zijn!
Reactie plaatsen
Reacties
De recente ontwikkelingen vragen om een nuchtere, weloverwogen beschouwing. Wanneer we met enige afstand naar de situatie kijken, tekent zich een patroon af dat moeilijk te negeren is.
Het Hoofdbestuur onder de GGM laat momenteel weinig van zich horen, tenzij de omstandigheden daartoe dwingen. Tegelijkertijd staat vast dat de GGM zich terugtrekt uit het GO2025. Wat daarna volgt, is voor velen onduidelijk — en precies die onzekerheid voedt de onrust. Onder een aanzienlijk deel van de Bbr∴ leeft dan ook een gevoel van zorg, zo niet bezorgdheid.
Opvallend is dat deze situatie niemand werkelijk tevreden stelt.
De voorstanders van het huidige Hoofdbestuur zien hun verwachtingen niet waargemaakt.
De tegenstanders voelen zich evenmin gehoord of gerustgesteld.
En de grote middengroep — degenen die vooral behoefte hebben aan rust en stabiliteit — ervaart het geheel als vermoeiend en onnodig belastend.
Wat resteert, is een periode van inmiddels drieënhalf jaar die gekenmerkt wordt door onrust, verdeeldheid en een groeiende klldisharmonie. Daarbij lijkt het debat zich steeds vaker te beperken tot het toeschuiven van verantwoordelijkheid, in plaats van het gezamenlijk zoeken naar oplossingen.
In zo’n situatie is het de vraag of voortgaan op de ingeslagen weg nog zinvol is. Soms vraagt leiderschap juist om het vermogen om pas op de plaats te maken.
Een tijdelijke terugkeer naar stabiliteit en overzicht ligt voor de hand. Dat betekent: het bestuur onderbrengen bij een continuïteitsbestuur, met een heldere en beperkte opdracht. Niet om grote koerswijzigingen door te voeren, maar om rust te herstellen, het vertrouwen te herwinnen en de organisatie in bestuurlijk opzicht zorgvuldig te beheren.
Een dergelijk bestuur kan zich richten op een degelijke voorbereiding van de verkiezingen voor het GO2027. In de tussenliggende periode wordt de status quo zoveel mogelijk gehandhaafd — niet uit gebrek aan ambitie, maar vanuit het besef dat duurzame vernieuwing alleen kan plaatsvinden op een stabiele basis.
Na het GO2027 ontstaat dan de ruimte voor een werkelijk nieuwe start. Een bestuur dat gekozen is zonder de ballast van de huidige controverses, en dat daardoor met gezag, vertrouwen en een bredere gedragenheid kan opereren.
Soms is vooruitgang niet gebaat bij versnelling, maar bij bezinning. In dit geval lijkt een stap terug de meest verstandige weg vooruit.
CORRECTIE;
“uit het GO2025” moet zijn “na het GO van 2026”
"Opvallend is dat deze situatie niemand werkelijk tevreden stelt.
De voorstanders van het huidige Hoofdbestuur zien hun verwachtingen niet waargemaakt.
De tegenstanders voelen zich evenmin gehoord of gerustgesteld.
En de grote middengroep — degenen die vooral behoefte hebben aan rust en stabiliteit — ervaart het geheel als vermoeiend en onnodig belastend.”
De vraag is, of een Hoofdbestuur er wel op uit moet zijn het een bepaalde stroming binnen het Maconnieke veelstromenland naar de zin te maken.
De vorige Grootmeester meende precies te weten, wat het GON nodig had en nodigde ‘andersdenkenden’ gaarne uit hun heil elders te zoeken. Een simplificatie van het fenomeen ‘vrijmetselarij’ - een gedachtegang zoals die ook in de rest van de maatschappij vandaag de dag helaas wordt aangetroffen waarbij het streven naar een inclusieve samenleving als ‘woke’ voor de bus wordt gegooid. Een Hoofdbestuur dat faciliteert, representeert en gewoon goed op de winkel past, zou dat niet de voorkeur verdienen? En vooruit, een Grootmeester mag ook best voorzichtig een aanzet geven in de richting waarbij hij of zij denkt dat het GON op zou moeten stomen.