RKK en de vrijmetselarij

Gepubliceerd op 5 juli 2026 om 18:00

Ik ben nogal nieuwsgierig van aard. Daarom ben ik ook journalist.

Dagelijks struin ik het internet af op zoek naar nieuwtjes. En vaak kom ik dan zaken tegen die ik tot op dat moment niet wist. Of die aan datgene wat ik wel weet meer diepgang of verbreding geven. Verslavend.

FaceBook kent een pagina die ik regelmatig bezoek. Die pagina heet Masonic Enlightenment, is van Amerikaanse origine en publiceert vaak pareltjes. Zoals navolgend, wat ik heb laten vertalen door Google om met u te kunnen delen. Ik heb het  tevens in historisch tegenwoordige tijd (htt) gezet, waardoor het aktueler, dus vlotter leest. Een journalistiek trucje.

De tekst - in feite een opiniërende beschouwing - gaat over de 'moeilijke' relatie tussen de Rooms Katholieke Kerk (RKK) en de vrijmetselarij. Het is een onderwerp dat mij mateloos boeit en naar ik meen, niet mij alleen. Vooral de conclusie aan het eind laat nadenken.

Navolgend die tekst, waarvan de publicist overigens meteen aangeeft dat hij die niet zelf geschreven heeft, maar van derden ontvangen heeft. En dat hij het ‘de moeite waard’ vindt om te delen… Ook ik vind het die moeite waard. Daarom:

'De Katholieke Kerk en de vrijmetselarij: 3 eeuwen van spanning en misverstanden’

‘Weinig historische relaties zijn zo langdurig, zo complex en zo omgeven door mythes als die tussen de Katholieke Kerk en de vrijmetselarij. Vanaf de 18e eeuw tot ver in de 20e eeuw komen beide instellingen herhaaldelijk met elkaar in conflict. Dat gebeurt dan niet door één spectaculaire botsing, maar door een lange reeks pauselijke verklaringen, politieke geschillen en culturele misverstanden. Zelfs vandaag de dag roept dit onderwerp vaak meer speculatie op dan duidelijkheid.’

'De 1e officiële tussenkomst vindt plaats in 1738, slechts 20 jaar na het ontstaan van de moderne vrijmetselarij in Londen. Paus Clemens XII vaardigt dan de bul 'In Eminenti Apostolatus - In het ambt van het apostelschap' uit, waarin katholieken wordt verboden lid te worden van vrijmetselaarsloges, op straffe van automatische excommunicatie. De opgegeven redenen zijn eenvoudig: de geheimhouding van de vrijmetselaarseden botst met de verwachting van de Kerk dat haar leden openheid betrachten, én de praktijk om katholieken en protestanten als gelijken te verwelkomen vormt een uitdaging voor een Kerk die nog sterk vasthoudt aan religieuze eenheid. In deze vroege fase beschuldigt de Kerk de vrijmetselarij niet van occulte praktijken of samenzweringen; zij beschouwt haar eenvoudigweg als een onafhankelijke vereniging die buiten het kerkelijk toezicht opereert.’

'Dit standpunt wordt in 1751 bevestigd door Benedictus XIV in de bul 'Providas - Voorzicht'. De handhaving ervan verschilt echter sterk per regio. In sommige katholieke gebieden wordt het verbod strikt nageleefd, terwijl het elders, vooral waar lokale elites actief waren in loges, grotendeels wordt genegeerd door de burgerlijke autoriteiten. Deze kloof tussen het officiële standpunt van Rome en de plaatselijke praktijk zal een terugkerend kenmerk van de relatie blijven.’

'In de 19e eeuw nemen de spanningen aanzienlijk toe. In heel Europa en Latijns-Amerika scharen veel vrijmetselaarsgroeperingen zich achter liberale en antiklerikale bewegingen die de politieke en economische invloed van de Kerk willen beperken. In Italië zijn belangrijke figuren van het 'Risorgimento - Opstand' lid van vrijmetselaarsloges en zij beschouwen de Kerkelijke Staat als een obstakel voor de nationale eenwording. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Kerk deze ontwikkelingen niet slechts ziet als leerstellige meningsverschillen, maar als existentiële bedreigingen.’

‘Een vergelijkbare dynamiek speelt zich af in Latijns-Amerika. Leiders zoals Benito Juárez, die hervormingen doorvoeren om kerkelijke privileges te verminderen, worden in verband gebracht met de vrijmetselarij. Dit versterkt de perceptie — soms terecht, soms overdreven — dat vrijmetselarij en antiklerikalisme nauw met elkaar verweven zijn. Als reactie daarop publiceert paus Pius IX in 1864 de 'Syllabus Errorum - Lijst van Dwalingen', waarin liberalisme, rationalisme en geheime genootschappen worden veroordeeld als uitingen van een wereldbeeld dat onverenigbaar is met de katholieke leer.’

'De meest uitgebreide pauselijke verklaring verschijnt in 1884, als Leo XIII de encycliek 'Humanum Genus - Het menselijk geslacht' publiceert. Hierin wordt het conflict niet langer voornamelijk voorgesteld als een kwestie van geheimhouding of religieuze verscheidenheid binnen de loges, maar als een botsing tussen 2 verschillende visies op de samenleving. De encycliek beschrijft de vrijmetselarij als een voorstander van een ‘naturalistische’ filosofie die moraal en maatschappelijke orde uitsluitend wil baseren op de menselijke rede, en niet op goddelijke openbaring.’

'Het is belangrijk onderscheid te maken tussen de encycliek zelf en de sensationele mythes die later daaromheen ontstaan. Leo XIII beschuldigt vrijmetselaars niet van satanische rituelen, zoals later wordt beweerd door auteurs zoals Leo Taxil, die uiteindelijk toegeeft dat zijn verhalen verzonnen zijn. Humanum Genus is een werk van politieke en filosofische kritiek, geen goedkeuring van complottheorieën.’

'Het officiële verbod van de Kerk blijft gedurende de hele 20e eeuw van kracht. Het Wetboek van Canoniek Recht van 1917 noemt de vrijmetselarij expliciet als een vereniging waarvan het lidmaatschap automatische excommunicatie met zich meebrengt. In 1983, na het Tweede Vaticaans Concilie, wordt in het nieuwe wetboek de expliciete verwijzing naar de vrijmetselarij geschrapt en vervangen door een algemenere verwijzing naar organisaties die tegen de Kerk handelen. Dit leidt korte tijd tot verwarring, die snel wordt opgehelderd als kardinaal Joseph Ratzinger, de latere paus Benedictus XVI, verduidelijkt dat het negatieve oordeel van de Kerk over vrijmetselaarsverenigingen ongewijzigd is gebleven.’

'Het geheel overziend, blijkt dat het langdurige conflict tussen de Kerk en de vrijmetselarij niet de geheime strijd om wereldheerschappij is die de populaire verbeelding er vaak van maakt. Het is eerder een langdurige confrontatie tussen 2 universele projecten: een Kerk die de waarheid ziet als geopenbaard door God en bindend voor de gehele mensheid, en een broederschap die menselijke eenheid wil opbouwen op basis van gedeelde rede, waarbij geloofszaken worden overgelaten aan het individuele geweten.’

'3 eeuwen van pauselijke bullen, encyclieken en disciplinaire maatregelen vertellen geen verhaal van verborgen samenzweringen, maar van 2 verschillende manieren om zich voor te stellen hoe de mensheid tot eenheid zou kunnen komen, en van de voortdurende uitdaging om deze visies naast elkaar te laten bestaan zonder dat één van beide het exclusieve bezit van de waarheid opeist.’

 

Reactie plaatsen

Reacties

laïcité
een uur geleden

Waarde Henk,

De (RK) kerk kan zich beter opheffen, er komt teveel lelijks uit voort. Mijn persoonlijke voorkeur is scheiding tussen kerk en staat.

Zjaan
36 minuten geleden

Wat een goed genuanceerd stuk, het is te hopen, voor de gewetensvrijheid van katholieke broeders en zusters, dat de huidige paus op basis van deze redenering meer ruimte voor hen schept